BusinessConnect
What a relief these loans bring payday loans 50 up to
Home arrow Historie Gilden
Menu
Home
Historie Gilden
Sint Hubertus
De Caert 1752
Vaandel
Het Wapen
Organisatie / In memoriam
Fotogalerij
Links
Jeugd / Scholen
Leden
Contact
Facebook
Historie gilden


de Magere Compagnie, geschilderd door Frans Hals en Pieter Codde in 1637

Oorsprong
In alle patriarchale culturen komen speciale broederschappen van mannen voor. Zo ook in de Germaanse cultuur. Deze broederschappen onderscheidden zich van andere groepen door speciale rituelen en gezamenlijk eten, drinken en/of wapenbeoefening. De naam gilde zou ‘broederschap’, ‘gezelschap’, betekenen. Daarom werden de middeleeuwse beroepsverenigingen ‘gilden’ genoemd.

 



Later in de Middeleeuwen, werd "gilde" de aanduiding voor de toen geldende organisatievorm van groeperingen binnen een gemeenschap. Steeds waren er gezamenlijke doelen: een centrale kas met verplichte bijdrage van ieder lid, binding aan religie, grote aandacht voor de overledenen en regelmatige teermaaltijden. Deze gilden waren zelfstandig, maar hadden wel een vrijwillige ondergeschiktheid aangenomen ten opzichte van de overheid.

De term "gildebroeder" wijst erop dat de eigen broederschap (eedgenoten) wordt beschermd, met uitsluiting van derden. Men moet allereerst elkaar helpen en bijstaan. Broederschap is een vorm om zich te handhaven. Het begrip "gilde" kreeg in de loop van de jaren een andere betekenis; gilden werden vaste organisaties waarin het hele maatschappelijke leven was gebundeld. Zo ontstonden allerlei soorten gilden.


Oorsprong Schutsgilde Sint Hubertus
M
idden 18e eeuw leefde West Brabant in een turbulente tijd. In 1747 waren de Franse legers de Republiek binnen gevallen en hadden Bergen op Zoom op spectaculaire wijze ingenomen. Gedurende en na een veldtocht heerste er lange tijd anarchie in de streken waar de legers doorheen trokken.

Strijd in de 18e eeuw

Enkele gegoede Leurse burgers dienden een verzoek in bij Anna van Hannover, douarière van Stadhouder Willem IV. Het verzoek voor een schutsgilde diende ter bescherming van haven en goed op Leur.
De oprichters in 1752 waren; Frans van Aerendonk, Adriaan Verharen, W. van Arendonk, Cornelis Adriaan Jaspers,
Antonie Brabers.

De Broederschappen
De eerste religieuze broederschappen ontstaan in de elfde eeuw in Noord-Frankrijk en de zuidelijke Nederlanden. Ze zijn ouder dan de schuttersgilden; deze ontstaan pas in de dertiende eeuw.

De Lieve Vrouwe Broederschappen zijn het oudste. Zij zijn opgericht als een reactie op de ketterijen betreffende de Mariaverering. In de loop van de eeuwen ontstaan steeds meer godsdienstige lekenbroederschappen. Het ontstaan hiervan had verschillende oorzaken. Door deze genootschappen worden fondsen, altaren en kapellen gesticht. Zij begraven de eigen doden en geven glans aan processies en vieringen. In de meeste gevallen kunnen zowel mannen als vrouwen toetreden. Ook zij houden op gezette tijden feestmaaltijden.

Doordat er in de tweede helft van de zestiende eeuw op grote schaal mentaliteitsveranderingen op godsdienstig gebied zich voordoen en daardoor steeds minder inschrijvingen van nieuwe leden plaatsvindt gaan steeds meer broederschappen over op het invoeren van een ontspanningselement. Ze schaffen wapens aan en gaan net als de schuttersgilden naar de vogel schieten.

Ook zijn er broederschappen die zich verenigen met een schuttersgilde. De sociale en charitatieve broederschappen die voortgekomen zijn uit de tijden van oorlog en pestepidemieën etc en waarvan de organisatie dezelfde is als van de gilden, gaan zich bewapenen en onderhouden relaties met een schuttersgilde, waarin zij niet zelden later in opgaan. Heel wat broederschappen hebben nooit geschoten en zijn in de loop van de tijd verdwenen.

De Ambachtslieden
In de Middeleeuwen ontstonden in de steden de eerste ambachtsgilden, gevormd door burgers werkzaam in hetzelfde ambacht, dit met het doel om hun gemeenschappelijke belangen veilig te stellen.

de bierbrouwer


Aan gelijk gerichte ambachtsbroeders werden om verschillende redenen hoge eisen gesteld. Ten eerste moest het de kwaliteit van het werk waarborgen. Door de zeer hoge eisen die gesteld werden, hield men het aantal ambachtslieden beperkt. Hierdoor ontstond de mogelijkheid om concurrentie en beunhazerij te voorkomen, zodat er een redelijk peil ontstond betreffende de prijzen en lonen.
Ook waren de werktijden van de gezellen en leerlingen geregeld, zodat er genoeg werk was voor iedereen.

Een van hun maatschappelijke verplichtingen was het begeleiden en begraven van een medebroeder, wanneer deze overleden was. Tot op heden wordt dit nog door vele schuttersgilden gedaan.

De bloeitijd van de ambachtsgilden lag in de 16 eeuw, maar reeds in de 17 eeuw was er al spraken van verval. Deze zette door in de 18 eeuw. Op 5 oktober 1798 werden door de Bataafse Republiek alle ambachtsgilden ontbonden.

De Schuttersgilden
De oudste schuttersgilden zijn handboog en kruisbooggilden en ontstaan pas in de 13e eeuw na de kruistochten.

 


Deze schuttersgilden werden als zodanig gesticht of door de grondheer bevestigd. Opgericht naar het voorbeeld van bestaande organisaties met andere doelstellingen. Zij werden opgericht met de bedoeling van het bewaken en verdedigen van eigen volk, aard en cultuur. Soms moest aan de grondheer militaire hulp worden verleend. Daarnaast vervulden zij een rol bij openbare feesten en officiële gebeurtenissen. Samen met een aantal kloostergemeenschappen en lekenbroederschappen zijn de schuttersgilden onze oudste, nog levende, georganiseerde cultuurvorm die hun oorspronkelijke opzet tot heden hebben bewaard.

De meeste Brabantse gilden zijn opgericht tussen 1550 en 1650.In deze periode (80 jarige oorlog) werden onze gewesten veelvuldig geteisterd door rondtrekkende, rovende en brandschattende troepen.

Om zich tegen deze bendes te beschermen vroeg men toestemming aan de Hoogmogende Heren in Den Haag of aan hun respectievelijke overheid, om een "schutte" (het oude woord voor gilde) te mogen oprichten. Hiervoor werd door de heren maar al te graag hun toestemming gegeven, omdat zij zelf hun troepen dikwijls niet volledig in hun macht hadden en een "schutte" bijdroeg aan bescherming en veiligheid van de burgers. Wel moesten de schutters aan bepaalde voorwaarden voldoen, welke nauwkeurig omschreven stonden in de hun verstrekte, "caert "of octrooi". Al deze gilden zijn schutterijen die vuurwapens hanteren.

Alleen met vuurwapens konden zij zich beschermen tegen de rondtrekkende, met vuurwapens bewapende roversbendes. Deze schutterijen ontstonden dikwijls uit gilden die een handboog of kruisboog als wapen hadden. Bijna al deze gilden hadden een zeer sterke band met de kerk, ook de dorpsschutterijen die onder het gezag van de plaatselijke overheid stonden. Daarom droegen zij bijna allemaal een afbeelding van een patroonheilige in hun vaandel. Afhankelijk van diegene van wie het gilde hun "caert" of "octrooi" had ontvangen, kon men deze in 2 groepen verdelen: n.l. de kerkelijke en de wereldlijke gilden.

Kerkelijke band
In de middeleeuwse samenleving had alles en iedereen een band met de kerk. Zo ook de gilden. Vaak werden zij vernoemd naar hun patroonheilige. Op het feest van die heilige vierde het gilde ook feest. Velen hadden een eigen altaar in de parochiekerk. Van het Schutsgilde Sint Hubertus is de patroonheilige te vinden achter in de Petruskerk tegen de westgevel.

het Hubertus beeld in de Petrus kerk te Leur


Bij de processies liep het hele gilde mee en dat ging vaak met veel pracht en praal gepaard.
De kerkelijke gilden ontvingen hun "caert" dikwijls van een abdij of een ander kerkelijk gezag. Zij hadden meestal de patroonheilige van de parochie. Veel kerkelijke gilden zijn voortgekomen uit de broederschappen. Om als lid van een gilde te worden aangenomen, moest men absoluut te goeder naam en faam bekend staan. Tijdens de Bataafse Republiek werd de macht van de gilden, door het instellen van burgerwachten, op een zijspoor gezet. Maar gildenbroeders bekleedden meestal de voornaamste posten, dit kwam omdat zij het best geoefend waren. Tijdens de Franse overheersing werd het gilde geheel verboden. Sommige gilden bleven echter onder het mom van een ontspanningsvereniging wel voortbestaan.

Nog steeds is de band tussen gilden en kerk hecht. De kerk kan een beroep doen op de gilden, de pastor is vaak erelid of ‘Gildenheer’ (aan het gilde verbonden pastor).

Eed van trouw aan Kerkelijk gezag


Alle grote gildenactiviteiten beginnen altijd met een Gildemis in de kerk of op een buitenlocatie. Gildeattributen, zoals gildezilver dat elk jaar vergaard wordt, wordt gewijd op de staatsiedag. Aspirant gildebroeders worden beëdigd middels de hand op het vaandel.
Na een dienst wordt de ‘Eed van Trouw aan het Kerkelijk Gezag’ middels een vendelgroet afgelegd.
Voor aanvang van elke vergadering wordt door de Hoofdman gezegd: ‘Geloofd zij Jezus Christus’. De aanwezige gildebroeders antwoorden: ‘In alle Eeuwigheid Amen’. Deze ceremonie mag alleen staande gebeuren.